Film & TV | Games | Boeken & Comics

Kort verhaal: De Deftige Dame – Jan Wessels

1
Euforisch stapte Angelique in haar auto. De herfst kwam er aan en deze dag was waarschijnlijk de laatste mooie nazomerdag. Ze was blij dat ze het schilderij te pakken had gekregen. Het had haar vijfhonderd euro gekost, maar dat deerde haar op dat moment niet zo. Vanaf het moment dat ze het op internet had gezien had ze haar zinnen erop gezet. Het was prachtig en een genot om erna te kijken. De vrouw op het schilderij was schitterend geschilderd en leek, als het de juiste lichtinval had, bijna een foto. Het schilderij had de naam; de deftige dame en was geschilderd door de Utrechtse schilder Gerhard van Keulen. Deze schilder kende ze niet en er was weinig informatie over hem te vinden. Het enige wat ze te weten was gekomen over deze man was dat hij geleefd had van 1890 tot 1937. Gerhard had in zijn korte leven ongeveer tien schilderijen gemaakt en ‘De deftige dame’ was een van zijn laatste werken.

Voorzichtig legde ze het schilderij op de achterbank van haar Jeep Cherokee. Het was gewikkeld in een grijze deken die ze ooit had gekregen van haar moeder. Ze moest de dame nog eenmaal zien voordat ze wegreed. Zorgvuldig sloeg ze de deken van het schilderij en de prachtige, twinkelende ogen van de deftige dame, keken haar aan. De vrouw had iets spannends. Ze wist alleen niet wat, maar het intrigeerde haar enorm. Misschien was het de oogopslag of de prachtige rode, klassieke, maar iets wat ordinaire jurk die ze droeg. Haar borsten waren niet te opzichtig geschilderd, maar trokken door de parelketting toch onbewust de aandacht. De benen waren echter keurig bedekt door de lange rode, waarschijnlijk fluwelen jurk. Het was een waar kunstwerk, vond ze.

Nadat ze het weer in de deken had toegestopt stapte Angelique in de auto een reed, met een keurige snelheid richting haar huis. De rit duurde bijna een uur en onderweg kreeg ze enorme trek. Bijna was ze bij een pompstation gestopt een daar zo’n klef broodje te halen om haar trek te stillen. Ze bedacht zich nog net. Het kunstwerk kon ze niet onbeheerd achterlaten in de grote Jeep. Dat was eigenlijk de voornaamste reden waarom ze niet stopte en dat verbaasde haar enigszins. Nog nooit was ze bij een pompstation gestopt om daar eten te halen. De broodjes waren verpakt in plastic en daardoor zagen ze er niet uitnodigend uit om die uit de schappen te halen. En dan had ze het nog niet over hoe ze waren belegd. Een bolletjes met droog gehakt of een sandwich met ei en bacon, wat toch eigenlijk het voedsel was van de arbeider die snel zijn lege maag moest vullen. Niet iets voor een nette vrouw als zij. Toch was ze bijna gestopt om zo’n maagvullende sandwich te kopen.

Haar linkerhand raakt de richtingaanwijzer al om aan te geven dat ze rechtsaf ging. Toch won haar geweten het van haar drang en ze reed door.

2
Dat weekend was er verder niets bijzonders gebeurd. Het schilderij hing aan de muur en elke ochtend als ze beneden kwam en s’ avonds voordat ze naar bed ging bekeek ze het vol bewondering.

Ze had afgesproken met een aantal vriendinnen om wat te gaan eten in Amersfoort. Net buiten het centrum lag in de gracht een boot, wat diende als restaurant. Een paar maanden ervoor had het een Michelinster ontvangen en daarom moesten de dames daar een keer eten. Angelique had aangeboden om te rijden en de rit van Zuidwolde naar Amersfoort was al aardig geslaagd. Ze hadden gelachen over typische vrouwen grapjes. Daarnaast had Angelique dit moment aangegrepen om over de deftige dame te beginnen. Monieck klonk nog het meest enthousiast, dat was niet zo vreemd omdat zij kunstgeschiedenis had gestudeerd. Ze wilde het graag eens zien, want ze had nog nooit werk van Gerhard van Keulen gezien.

Het eten was een waar culinair hoogstandje en ze hadden dan ook genoten van het vijf gangen diner.
De rest van het weekend was rustig verlopen en leek er nog niks aan de hand.

3
Het begon die maandag. Ze maakte zich klaar om naar haar werk te gaan. Vanuit haar ooghoek zag ze plotseling iets in het schilderij. Het leek alsof er iets in de achtergrond bewoog. Rechts van de vrouw, die geposeerd stond voor een donkerbruine muur, was het net alsof er iets wapperde. Angelique draaide zich om en keek naar de vrouw. Het was nu gestopt en net toen ze verder wilde met het inpakken van haar koffertje zag ze het weer. Het haar van de dame bewoog zachtjes, alsof het door een zachte bries werd geaaid. Dit kon niet echt zijn. Ze moest nog half slapen, want een andere verklaring had ze er niet voor. Toch liep ze naar het kunstwerk en bekeek het van dichtbij. Het glanzende roodbruine haar hing stil over haar schouder. Het moest dus zo zijn dat ze nog half slaperig was. Ondanks dat ze al anderhalf uur uit bed was was dit haar enige verklaring.

Het tweede vreemde wat er die dag gebeurde was op kantoor. Ze was eigenaresse van een makelaarskantoor in Assen. Ze had altijd een zakelijke insteek gehad, ook tegenover haar personeel. Ze bleef wel vriendelijk, maar kon soms behoorlijk onderhuids bitchy zijn. Ze maakte dan scherpe opmerkingen die wel vriendelijk van toon waren. Een van haar medewerkers was Matts, een tweeëntwintig jarige stagiair, die drie weken geleden bij haar was begonnen. Hij studeerde in Groningen. In de weken dat hij bij haar werkte was al gebleken dat deze jongeman aardig wat in petto had. Matts had zeker potentie om een goede makelaar te worden. Toch had ze hem behoorlijk op de proef gesteld. Ze had vooral rot klusjes voor hem en zat hem daarbij redelijk op zijn huid. Het was overduidelijk dat ze hem in de gaten hield en ze bleef tijdens zo een rotklus voor hem, op een zakelijke toon tegen hem spreken. Maar niet die dag. Op een of andere manier kon ze het niet over haar hart verkrijgen om hem zakelijk te benaderen. Ze bleef uiterst vriendelijk, zelfs een beetje soft. Bij binnenkomst vroeg ze hoe zijn weekend was geweest en ze zag dat de jongen verbaasd was over deze vraag. In zijn ogen kon ze bijna lezen dat hij zich afvroeg of het wel goed met haar ging.

De hele dag ging dit door. Telkens als ze hem tegenkwam glimlachte ze naar hem en een keer, vlak na de middagpauze, betrapte ze zichzelf erop dat ze Matts bijna een knipoog gaf. Nog net op tijd kon ze zich inhouden.

Die avond bij thuiskomst was ze iets wat van slag. Het leek alsof ze niet geheel haar zelf was. Matts bleef door haar hoofd spoken. De jongen zag er goed uit. Hij was aantrekkelijk en tevens intelligent. Maar zij was twintig jaar ouder. Ze kon niet geloven dat ze hieraan dacht. Wat moest ze met deze jongen. Een tintelend gevoel in haar onderbuik gaf het antwoord. Wat is er aan de hand? Vroeg ze zichzelf af, terwijl onbedoeld haar rechterhand naar haar kruis ging. Ze liep naar het schilderij en bekeek het nogmaals. Met haar hand wreef ze tussen haar benen. Ze staarde naar de deftige dame en zag tot haar verbazing dat een stukje van het bruinrode haar van kleur was veranderd. Een klein plukje was blond geworden. Van schrik stopte haar rechterhand met strelen. Ze moest gaan slapen anders werd ze gek.

4
De dagen erna veranderde er telkens meer. Ze kon er niets aan doen, maar ze kleedde zich voor de jonge stagiair uitdagender, alsof ze hem wilde verleiden tot een eenmalige avontuur. De drang werd met de dag sterker. Haar blonde haar hing nu los, in plaats van in een staart. Verder reageerde ze op sommige gebeurtenissen erg sterk. In het verkeer werd ze agressiever en begon haar rijstijl ook hierop aan te passen. Vaak reed ze met honderd veertig over de snelweg, terwijl ze voorheen zich keurig aan de snelheid hield. Ze haalde rechts in en ergerde zich aan de andere weggebruikers.

’s Nachts droomde ze uiterst bizar en soms zelfs schokkend. In een van die dromen reed ze in het holst van de nacht naar haar ex-man. Op de passagiersstoel lag een lang keukenmes en het was duidelijk wat ze daarmee ging doen. De klootzak had haar tien jaar geleden bedrogen met een achttienjarige meid en nu ging ze naar hem toe om het recht te zetten. Vlak voordat ze bij zijn huis kwam ontwaakte ze en merkte ze dat ze zich had ontdaan van haar keurige nachtjapon.

Ook wat betreft het schilderij werd het steeds vreemder en vreemder. Elke dag leek er iets te zijn veranderd. De vrouw was aan het eind van de week blond en de lange rode jurk kwam nu nog maar tot boven haar knieën en leek te veranderen in een nette pantalon. Het bijzondere hiervan was dat het haar niet meer verbaasde. Eerst was er een soort van angst geweest, maar na enkele dagen was ze erdoor geïntrigeerd. Ze vond het wel spannend al die bizarre gebeurtenissen. Het gaf haar leven wat kleur.

5
De telefoon ging. Ze pakte op en aan de andere kant van de lijn klonk de stem van Monieck.
“Hoi, hoe gaat het met je,” vroeg de kustgeschiedenis docent op een bezorgde toon.
“Goed, met jou dan Mo?” vroeg ze en kon de verbazing bijna door de telefoon horen. Angelique had Monieck nog nooit Mo genoemd.
“Prima. Ik wilde je even spreken over het schilderij. Ik heb me er in verdiept en ben er achtergekomen wie die vrouw is die staat afgebeeld op het doek.”
“Nou vertel eens lieverd,” zei ze.
“Het was een prostituee uit Amsterdam genaamd Natasja. Zij was getrouwd met een zakenman. Coen van Keulen; de broer van de schilder die het heeft gemaakt.
Zij heeft hem in negentien zesendertig met drieënveertig messteken om het leven gebracht.”
“Oh,” reageerde ze nonchalant en keek naast haar. Matts lag naakt op de bank. In zijn gespierde lijf zaten op zijn minst ook net zo veel messteken als in die nette keurige zakenman uit Amsterdam.
“Een jaar later was de schilder van het doek ook om het leven gebracht. De dader is nooit gepakt, maar alle verdenkingen gingen uit naar Natasja.”
“Echt waar,” zei ze en trok het keukenmes uit de drieënveertigste steek “Blijkbaar had hij het verdiend. Misschien had hij haar nooit moeten bedriegen”

Ze stond op en liep naar het schilderij wat achter haar aan de muur hing. Op de radio klonk er een nummer van The Cure. Ze kende het niet maar de melancholische klanken vervulden de ruimte. Het was een slaapliedje en klonk toepasselijk bij het tafereel in de woonkamer en het schilderij aan de muur. Een veertiger met blond krullend haar en een nette pantalon met daarboven een keurig wit blouse keken haar op dezelfde manier aan zoals de tonen van het nummer klonken. De vrouw op het doek was een chique succesvolle makelaar en de vrouw die naar het geheel keek was de deftige dame.

Jan Wessels is vijfendertig en woont in Zwolle. Hij schrijft nu zo ongeveer zeven jaar en doet dit vooral voor zichzelf, maar is minstens zo benieuwd wat anderen van de verhalen vinden. In de verhalen, die vooral griezel, fantasie en sf bevatten, kan hij veel van zichzelf kwijt. Voorbeelden zijn oude meesters zoals Lovecraft en Poe, maar ook Barker en natuurlijk King. In de korte en lange verhalen wil Jan de lezer laten griezelen en verbazen.

Meld je aan op onze weekendnieuwsbrief
Krijg elk weekend een overzicht van het laatste horrornieuws!
Je kunt je elk moment afmelden