Film & TV | Games | Boeken & Comics

Kort verhaal: De Klootzak (Hanneke Boon)

“Ik moet u helaas teleurstellen mevrouw Kips, de heer Kips is om vijf uur al vertrokken”.
Stilte.
“Hallo?”. “Ja… Ja ik ben er nog. Toch bedankt”. Janny liet de hoorn op de haak vallen. “Vuile klootzak!” hoorde ze zichzelf zeggen. Nu wist ze het zeker. Hij ging vreemd. Hoe lang was dit al aan de gang? Waarschijnlijk maanden. Er waren wel tekens geweest maar ze had ze niet opgemerkt. In het begin niet in ieder geval. Anton’s moeder was een half jaar geleden overleden en ja hij kwam toen wel eens wat later thuis, maar ze had daar niets achter gezocht. Ze dacht dat hij waarschijnlijk wat tijd voor zichzelf nodig had. Anton was er gehecht aan zijn moeder en had het verlies niet goed kunnen verwerken. Maar toen kwam hij opeens twee, soms wel drie keer per week later thuis.

Vanaf dat moment begon Janny zich zorgen te maken. Of er misschien een andere vrouw in het spel kon zijn. Ze had hem niet kunnen betrappen op lipstick vlekken of verdachte geurtjes. Of toch wel, maar geen parfum geur. Meer een muffige geur die ze niet had kunnen plaatsen. In ieder geval was de maat vol toen hij haar vanmiddag weer een sms stuurde met “ben later thuis schat, het is weer druk op kantoor”. Ze besloot zijn kantoor op te bellen en kreeg zijn assistent aan de lijn die haar kon vertellen dat de heer Kips het kantoor al om vijf uur had verlaten.

“Vuile klootzak!” Ze hoorde het zichzelf nog een keer zeggen.

Janny voelde het bloed naar haar hoofd vloeien. Ze balde haar vuisten. Ze was kwaad, heel kwaad. Máár, ze zou hem krijgen. Ze opende de garage en nam plaats in haar auto. Ze zette de GPS aan. Wat Anton niet wist, was dat zijn vrouw een tracker in zijn auto had achtergelaten. Janny was een simpel huisvrouwtje, maar zó simpel was ze nou ook weer niet. De tracker was ooit bedoeld geweest voor hun zoon Stef, maar die was inmiddels 18 geworden en had geen tracker meer nodig. Maar Anton blijkbaar wel. Een rood puntje verscheen op het apparaat. Daar was ie dan, de klootzak. Ze draaide de sleutel in het contact en gaf gas. “Wacht maar Anton, wacht maar tot ik er ben, dan zul je wat beleven”.

Het GPS-signaal voerde haar door de stad langs het kanaal naar weilanden en smalle wegen. Ze was nu al een uur aan het rijden. De omgeving kwam haar niet bekend voor. De GPS piepte, ze was aangekomen bij haar bestemming. Ze keek om zich heen. Veel viel er niet te zien. Bomen, struiken en één lantaarnpaal. Ze zette de auto aan de kant en deed de lichten uit. In de verte zag ze een zwak licht branden. Ze kneep haar ogen dicht en zag nu, tussen de bomen, een klein huis staan. Was dit waar Anton zich bevond? Het huis zag er niet woonbaar uit. Het was half verzakt en er waren planken voor de ramen getimmerd. Wat een krot. Maar dat was wel waar de GPS haar naartoe had gebracht. Ze stapte uit en liep naar het huis. Er kwam licht tussen de planken door. Er was dus wel iemand aanwezig in deze bouwval. Vanuit haar ooghoeken zag ze iets glimmen. Ze draaide haar hoofd naar rechts. Anton’s auto. Zie je wel. Ze sloop naar het raam toe en probeerde door de spleten te kijken. Ze zag een br
andende kaars op een tafeltje staan. Daarnaast stond een grote, versleten Chesterfield stoel. Janny kon niet zien of er iemand in zat want hij stond met de rug naar het raam toe.

Opeens zag ze Anton de kamer in lopen. Hij had twee glazen wijn in zijn handen. Hij zette één glas naast de Chesterfield stoel op het tafeltje. “Hierzo, je favoriete wijn van je favoriete winkel”. Hij lachte richting de stoel, er zat dus blijkbaar wel iemand in. “Vuile, vuile rat” dacht Janny bij zichzelf. “Weetje, ik vind het zo fijn om hier te komen hé. Jij begrijpt me ten minste. Jij weet hoe ik me voel. Janny die snapt me niet. Schat van een mens hoor maar ze begrijpt het gewoon niet. Hoe kan ze ook. Ze is niet zoals wij” sprak Anton. Janny stond aan de grond genageld. Hoorde ze hem dat nou echt zeggen. ‘Janny snapt me niet?’ Na negentien jaar huwelijk zou ze hem niet begrijpen? En iemand die hij net een paar maanden kende die zou hem zeker wel begrijpen? Zo’n sloerie zeker, zo’n mannensteler, waarschijnlijk niet ouder dan een jaar of 25.

Voor ze er erg in had stormde ze naar de deur en begon er op te bonken. “ANTON. ANTOOON jij vuile KLOOTZAK! Ik weet dat je er bent doe maar open. Het is uit met de pret!”. Ze bleef op de deur bonken totdat deze eindelijk open ging. Daar stond Anton in de deuropening met een geschrokken gezicht ‘Ja… Janny” stamelde hij. “Wat doe jij nu hier?”. “Wat doe ik nu hier? Kijken wat jij hier uitspookt met een andere vrouw! Dát doe ik hier” schreeuwde Janny en zonder pardon duwde ze Anton opzij en bulderde de kamer in richting de Chesterfield stoel. “Zo nou wil ik wel eens even zien wie die vieze sloerie is die mijn man….” ze stopte voor de Chesterfield stoel. Met open mond bleef ze staan. Haar ogen werden groter. Haar neus vulde zich met een muffige, vieze lucht. Een zurige substantie duwde zich vanuit haar maag omhoog naar haar keel. Ze wankelde opzij en kon nog net een stoeltje vastgrijpen. Ze zag hoe haar middag eten zich via haar mond verliet en op de vloer terecht kwam. Nog twee kots golven volgde. Ze snakte naar adam, draaide zich om en zakte op de grond. Ze duwde zichzelf naar achteren met haar voeten totdat ze tegen de muur aan zat.

Anton kwam de kamer binnen lopen. “Jezus Janny… gaat het een beetje?”. Hij liep naar haar toe en hielp haar omhoog. Janny voelde zich duizelig. Ze wilde zich afzetten tegen Anton maar het lukte haar niet. Verschrikt keek ze naar de stoel. Ze wees naar de persoon die in de stoel zat. “Wa… wat is dat Anton?”. “WAT IS DAT?” schreeuwde ze nu. Anton keek haar vragend aan? “Doe niet zo raar Janny je weet toch wie dat is? Dat is mama!”. Hij begon nu te lachen. “Haha, wat een grappenmaker he die Janny, doet net alsof ze je niet kent”.

Anton zette Janny op een stoel. Ze voelde zich nog steeds duizelig en keek met walging naar de Chesterfield stoel. Daar zat ze dan. Anton’s moeder. Anton’s moeder die zes maanden geleden was overleden en die ze begraven hadden op het kerkhof. Daar zat ze. In de Chesterfield stoel. Janny schudde haar hoofd, dit kon toch niet waar zijn. Ze keek nog een keer naar de stoel en voelde haar maag weer omkeren. Anton had zijn moeder opgegraven, naar dit huis gebracht en in de Chesterfield stoel gedumpt. Dit was waar hij maanden lang naartoe was gegaan. Al die tijd dat Janny had gedacht dat hij vreemd ging met een ander vrouw, al die tijd was hij bij zijn moeder. Zijn dode moeder. Janny keek naar het lijk van haar schoonmoeder. De armen en benen waren al half weggerot, het haar hing sliertig om het hoofd en de mond hing scheef open. Er kroop een vlieg naar binnen. De ogen stonden open en waren glazig en helemaal vergeeld. Er was iets vreemds aan die ogen. Janny zag het nu, de oogleden ontbraken. Het leek erop alsof ze waren weggeknipt of gesneden.

“Maakt niet uit hoor mama, ze maakt maar een grapje” lachte Anton opeens. Hij boog voorover naar het lijk van zijn moeder en kuste het op het voorhoofd. Janny draaide zich om en zag weer een lading middag eten op de grond terecht komen.

“Nou zeg schat, dat is al de tweede keer, volgens mij ben je niet helemaal lekker aan t worden” hoorde ze Anton zeggen. “Wat zeg je mam? Kippensoep? Oja dat is wel een goed idee ja. Hoor je dat Janny, mam zegt dat ze wel een pannetje kippensoep voor je kan maken als je dat wil?”.

Janny draaide zich om en keek met angstige ogen naar haar man. “Wat zeg je?”. “Dat mama wel wat kippensoep voor je wil maken. Doet ze toch altijd voor je als je ziek bent?” antwoordde Anton. Janny sloeg haar handen voor haar gezicht en wreef ze heen en weer. “Anton”. “Anton. Je weet toch wel dat je moeder dood is he?”. Anton keek haar aan. Hij begon te lachen. “Nou ja zeg, Janny doe niet zo raar!” Hij keek naar de Chesterfield stoel en weer terug “m’n moeder zit hier gewoon hoor” fluisterde hij naar Janny. Janny keek hem vol verbazing aan. Hij is gek geworden. Hij is helemaal gek geworden. Hij denkt dat ze nog leeft? “Anton” fluisterde Janny nu. “Je moeder. .. is… dood”.

Antons glimlach verdween van zijn gezicht. Hij rechtte zijn rug. “Janny ik vind dit niet grappig. Ik vind het eigenlijk zeer oneerbiedig en grof. Ik weet dat je mama niet altijd aardig hebt gevonden maar je hoeft niet te zeggen dat ze dood is. Waar ze nota bene bij zit! Zoals je kunt zien is ze niet dood”.

Janny sloot even haar ogen en deed ze daarna rustig weer open. Ze stond voorzichtig op. “Anton. Afgelopen mei is je moeder overleden aan een longonsteking. Ze lag ongeveer twee weken in het ziekenhuis en we hebben toen allemaal afscheid van haar genomen.”

“Wat? Doe even normaal, hoor je wel wat je zegt?”

“Ik ben nog niet uitgepraat. We hebben afscheid van haar genomen en daarna hebben we een begraafplaats uitgezocht”

“Janny je moet nu ophouden met deze onzin, mama is niet dood”

“We hebben een begraafplaats uitgezocht en daarna hebben we haar met z’n allen weggebracht. Jij, ik en Stef. Jij gooide een rode roos op de kist en hebt toen gedag gezegd tegen je moeder”.

“NIET waar, je liegt Janny. Mama zit hier KIJK DAN!”

“We hebben je moeder begraven Anton, je moeder is dood, we hebben haar begraven”

“MAMA IS NIET DOOD, JE LIEGT!”

“JE MOEDER IS DOOD ANTON! DOOD!”

“HOU JE KOP JANNY! WEES STIL!”

Janny greep anton bij zijn schouders en schreeuwde nogmaals “JE MOEDER IS DOOD ANTON! DOOD, KIJK DAN NAAR HAAR, ZE IS DOOD, ZO DOOD ALS EEN PIER, MORS EN MORS DOOD, DOOIER DAN DIT KRIJG JE ZE NIET ANTON, JE MOEDER IS….”

Ze wilde haar zin afmaken maar het lukte haar niet. De kamer tolde, ze viel op de grond. Iets prikkerigs op haar hoofd, een warme substantie die naar haar nek vloeide. Ze voelde met haar vingers. Bloed. Anton had haar in zijn woede tegen de muur aan gesmeten. Ze wilde opstaan maar het lukte niet, alles werd zwart en stil.

Een geluid maakte haar wakker. Ze deed haar ogen open. Daar stond Anton “Hehe, eindelijk zeg, jij was lang aan het slapen. Luister ik moet zo weg maar eh ik ben vanavond op tijd thuis hoor”. Hij gaf haar een zoen op het voorhoofd en verdween. Janny sloot haar ogen en slaakte een zucht van verlichting. Wat een klote droom. Wat een verschrikkelijke nare droom. Hoe kan een mens in godsnaam zo dromen.

Ze wilde zich uitrekken maar iet belette haar. Ze kon haar handen niet bewegen. Ze deed haar ogen open en keek naar beneden. Ze lag niet in bed maar zat in een stoel. Haar handen en voeten waren vastgebonden. Ze wilde Anton roepen maar ze kon haar mond niet bewegen, die was vastgeplakt met Ducttape. Ze keek om haar heen maar kon bijna niets zien. Ze zag slechts een klein kiertje waar wat daglicht doorheen scheen. Ze draaide haar hoofd om en zag daar de Chesterfield stoel met het stoffelijk overschot van Anton’s moeder. Ze wilde gillen, heel hard gillen, maar het lukte niet. Niemand zou haar horen…

Hanneke Boon is 27 jaar. Sinds klein af aan a gefascineerd door het onnatuurlijke zoals zombies, vampieren, geesten, weerwolven enzovoorts. Uiteraard volgt ze series als True Blood en Being Human. Verder houdt Hanneke van het werk van Tim Burton en is Halloween haar favoriete feestdag. Als kind schreef ze al korte verhalen en recent heeft dat weer opgepakt. Schrijfster worden is niet haar ambitie, maar Hanneke deelt graag haar korte verhaal met andere thriller-/horrorliefhebbers.

Meld je aan op onze weekendnieuwsbrief
Krijg elk weekend een overzicht van het laatste horrornieuws!
Je kunt je elk moment afmelden