Film & TV | Games | Boeken & Comics

Kort verhaal: Cyberdelia (Tom Thys)

Vandaag is het exact één maand geleden dat ik een vreemde uitnodiging kreeg. Het was al na middernacht en terwijl ik aan het surfen was, kreeg ik plots de melding dat er een nieuwe e-mail binnenkwam. Mijn e-mailprogramma herkende de afzender niet. Eerst dacht ik dat het zoals zo vaak om ongewenste reclame ging, maar afgaande op het onderwerp bleek dat niet het geval te zijn. Het was een uitnodiging voor de opening van een nieuwe discotheek, genaamd Cyberdelia. Het was zeker niet de eerste keer dat ik voor een of ander dansfeest uitgenodigd werd. Gezien mijn status als pionier van elektronische dansmuziek, gebeurde het wel vaker dat ik op het laatste nippertje gevraagd werd om te gaan draaien op een illegale raveparty. Zoiets is een veelgebruikte methode om de locatie zo lang mogelijk geheim te houden. Maar deze keer was anders. Hoewel ik de ontwikkelingen in de danswereld op de voet volgde, had ik nooit eerder gehoord van de plannen om een nieuwe discotheek te bouwen. Doorgaans gaat zulk nieuws rond als een lopend vuurtje. Het leek alsof de oprichters van Cyberdelia er alles aan gedaan hadden om hun project verborgen te houden.

Toen ik de e-mail opende werd al snel duidelijk dat ik niet gevraagd werd als deejay, maar als gast. Op vertoon van de uitnodiging mocht ik de nacht van de opening bijwonen. De schrijver van het bericht beloofde een hemelse ervaring die met niets in de partyscene vergeleken kon worden. Nu had ik in mijn carrière al zoveel fantastische dansfeesten bijgewoond, dat deze belofte me wel erg straf leek. Ik bekeek dan ook met enige argwaan de line-up die wat verderop in de e-mail gepresenteerd werd: allemaal onbekende namen, met als afsluiter een deejay die zich “Amino” noemde. Helemaal onderaan het bericht stonden de openingsdatum en de locatie vermeld. Cyberdelia was een heel eind rijden, maar toch… Iets in mij zei dat ik dit niet mocht missen. Het was niet te verklaren, noem het intuïtie.

Op het moment dat ik de uitnodiging wilde afdrukken, kreeg ik telefoon. Het was mijn vriend Vincent, net als ik een befaamde deejay. Hij belde me om te zeggen dat hij een wel erg geheimzinnige e-mail gekregen had…

 

Op de dag van de opening reden Vincent en ik naar onze bestemming, een afgelegen landgoed nabij de kust. Het was augustus, de zon brandde en een zwoele bries aaide onze haren terwijl we met onze cabriolet naar Cyberdelia scheurden. Na een halve dag – de maan had de zon inmiddels verdrongen – bereikten we onze bestemming. Ik herinner me nog precies hoe we met grote ogen en open mond naar de discotheek keken, dan naar elkaar, en dan weer naar die grote kristallen piramide die op het water dreef. Ze was door een smalle brug verbonden met een hagelwit strand, omringd door golven die glinsterden in het bleke maanlicht. Gedurende enkele minuten zaten we aan onze lederen stoelen genageld. Dit beloofde een waanzinnige nacht te worden.

Na een tijdje parkeerden we onze cabriolet bij de andere wagens, aan de flank van een metershoge duinenrij die het gebied afschermde van de buitenwereld. We hoorden reeds de dreunende bassen die uit de piramide ontsnapten, zagen fragmenten van stroboscopische lichtflitsen die door de nacht dwaalden. Overdonderd door de magische locatie wandelden Vincent en ik naar de ingang van de danstempel. De bassen klonken steeds helderder, langzaam tekenden zich melodieën af.

Eenmaal binnen stonden we opnieuw versteld, dit keer van het buitenaardse interieur. Pilaren en booggewelven liepen in de meest onmogelijke hoeken en curven door elkaar heen en vormden daarbij een doolhof van titaan. Her en der krulden wenteltrappen naar golvende platformen waarop de aanwezigen volledig uit de bol gingen op de muziek. In het hart van de tempel lag de dansvloer, gehuld in een waas van neon. Vincent en ik liepen er naartoe, alsof het een magneet was die een onverklaarbare aantrekkingskracht op ons uitoefende. We geraakten er onmiddellijk bevangen door de muziek die in de vreemdste ritmes en toonaarden door de luidsprekers galmde. Er hing een extatische sfeer, een sfeer die verbondenheid schiep tussen alle aanwezigen.

Nog nooit in mijn leven had ik zo’n intens gelukkige mensen gezien. Allemaal gaven ze zich over aan de zweverige melodieën die door de danszaal kronkelden. Het duurde niet lang of ik was één van hen. De muziek bezorgde me een gelukzalig gevoel. Mijn geest kwam helemaal tot rust. Aan Vincents serene blik zag ik dat hij precies hetzelfde ervoer. We glimlachten naar elkaar en gaven ons over aan het spel van de deejays. Voor heel even waren zij goden; muziek was hun religie; Cyberdelia hun tempel.

Het feest ging de ganse nacht door, tot in de vroege uren. De schrijver van de uitnodiging had beslist niet gelogen. De opening van Cyberdelia overtrof alles wat ik in mijn lange carrière al had meegemaakt. Dit was een plaats waar ik kost wat kost wilde terugkomen.

 

Tegen de ochtend viel de eerste zonnestraal door de punt van de piramide naar binnen. Als bij een prisma brak haar licht in honderden stukken. Elke afzonderlijke straal belichtte de glimlach van een aanwezige. Dat was het moment waarop de laatste deejaywissel werd aangekondigd. Amino besteeg het platform waar de draaitafels stonden. Hij was gehuld in een zwart gewaad en een zilveren masker dat zijn gezicht onherkenbaar maakte. Bij zich droeg hij een zilverkleurig koffertje dat hij ongeopend naast zich neerzette. We keken met ingehouden adem toe. Ik keek naar Vincent, hij naar mij. We beseften dat dit het hoogtepunt van een geweldig feest zou worden.

Terwijl de laatste plaat van de vorige deejay uitdoofde en overging in de openingsplaat van Amino, ontstond er een simultaan gevoel van verrukking. De klanken die hij produceerde klonken anders, nog dieper, nog intenser. Ze werden één met ons lichaam, met onze geest. Na enkele minuten ontketende de gemaskerde god complete euforie in zijn tempel. Het daaropvolgende uur ervoer ik een hemels genot dat alle aardse geneugten overtrof.

Enige tijd later stond de zon boven de piramide goudgeel te gloeien. Haar licht had de duisternis volledig verdrongen en baarde vanillekleurige nevels in de ochtendhemel. De nacht in Cyberdelia zat er op. Amino liet zijn laatste melodie uitsterven. Op dat moment ontstond er een ontnuchterende stilte in de zaal. Onze simultane trance ebde langzaam weg. Het feest was afgelopen, maar we wilden meer.

Amino keek naar ons van op zijn platform. We smachtten naar een allerlaatste melodie die deze perfecte nacht zou afsluiten. Amino toonde genade. Hij opende het koffertje dat al die tijd naast hem had gestaan en haalde er een glanzende schijf uit. Toen de naald op het vinyl ging en het laatste lied de zaal vulde, gebeurde het…

Amino vervoerde ons naar een andere dimensie waar we versmolten met zijn finale melodie. Ze joeg koude rillingen door elke vezel van mijn lichaam. De onaardse melodie klonk als een symbiose van huilende vlinders en elektrische regendruppels die doordrongen tot mijn geest. Ik weet nog precies hoe mijn zintuiglijke waarnemingen op dat moment veranderden. Ik kon de neongloed die door de lucht zwom ruiken en de elektrische regendruppels smaken. Ze smaakten naar het zoet van de eerste lentebloesem. Geuren, klanken en smaken werden steeds intenser. Het hele amalgaam van gewaarwordingen bezorgde mij uiteindelijk een mentaal orgasme dat zoveel bevrijdender was dan zijn fysieke tegenhanger, zoveel bevrijdender dan alle pillen die ik ooit op de dansvloer geslikt had.

 

Sindsdien herinner ik mij alleen nog hoe ik gewekt werd door mannen in gele pakken die met veel kabaal Cyberdelia binnenstoven. Een van hen stond samen met een agente over me heen gebogen. Ze keken me van boven hun mondmaskertje aan met een bedrukte blik en mompelden wat tegen elkaar… iets over een enige overlevende of zo. Ik lag als een pudding op de grond, probeerde overeind te komen en vroeg ze hun woorden te herhalen. Het was drukkend warm. Langzaam kreeg ik een impressie van wat er om me heen gebeurde. De mannen in hun veiligheidspakken krioelden als mieren doorheen het gebouw en schenen met hun zaklampen naar alle hoeken van de danszaal. Een klein streepje maanlicht scheen over de piramide die haar kristallen glans verloren was. Overal waren de ruiten aangedampt.

Pas toen ik er eindelijk in slaagde om rechtop te zitten, drong een rottende geur langs mijn neusgaten naar binnen. Niet ver bij me vandaan spanden twee agenten een fluorescerend lint voor de toegangsdeuren: Cyberdelia was verzegeld. Ik opende mijn ogen wat wijder en keek om me heen, op zoek naar de bron van die walgelijke stank. Het enige wat ik kon zien waren bewegingloze lichamen. Ze lagen overal verspreid, liggend op de grond, hangend over de platformen. Ik begreep er niets van.

Benieuwd naar hoe lang ik daar al aan de vloer kleefde, vroeg ik aan de mollige agente die bezorgd mijn hand vasthield hoe laat het was. Tot mijn grootste verbazing zei ze dat ik ongeveer twee dagen in een coma gelegen had en dat ik God mocht danken omdat ik nog leefde. Ik keek haar verward en vol ongeloof aan.

Daar zat ik dan, middenin door zonnebrand geperforeerde karkassen die een onuitstaanbare rottingsgeur verspreidden. Waarom ik slechts stevige hoofdpijn en zware oogleden had, was me een raadsel. Ik probeerde op te staan, op zoek naar Vincent, maar vond hem niet. Ik voelde hoe mijn spieren en mijn middenrif samentrokken en hoe ik steeds sneller naar adem begon te happen: de eerste symptomen van paniek. De agente gebood me om terug te gaan zitten en schreeuwde om een ambulance. Was ik er zo erg aan toe dan?

Ik keek opzij. Ergens in het tapijt van dood vlees zag ik een jongen wiens gezicht gesmolten was onder de verzengende hitte. De brandende zon had de huid van zijn blanke benen en armen volledig weggevreten. Ter hoogte van een vettige sliert zwart haar die op zijn gezicht plakte, dropen delen van zijn wang uiteen op de doorschijnende vloer. Hij was bijna onherkenbaar, maar aan zijn brede mondhoeken, of wat daar nog van over bleef, zag ik dat het Vincent was. Mijn lieve Vincent. Hij glimlachte. Ik huilde.

Ik slaagde er eindelijk in om recht te staan en de smeuïge lijkenzee te overschouwen. Allen hadden ze die typische gelukzalige glimlach op hun dode gezicht. Mijn blik dwaalde af naar het deejayplatform en toen wist ik het weer: Amino. De genodigden hadden zich op zijn laatste magische melodie naar de bevrijding gedanst. Ik had de pech nog steeds onder de levenden te vertoeven, want ik begon al snel te beseffen dat er geen zaligere dood bestond dan waaraan zij, de uitverkorenen, bezweken waren.

Tom Thys (1983) is opgegroeid met het kijken van horrorfilms. Zijn hele leven al is hij gefascineerd door het bovennatuurlijke, de duistere kant van de mens en… angst. Geen enkele emotie is zo echt als angst. Er is dan ook niets zo geweldig om binnen de veilige grenzen van een verhaal die angst door je aderen te voelen zinderen. Op een dag begon het verlangen aan hem te knagen om zelf spannende, gruwelijke en bevreemdende verhalen te verzinnen. Inspiratie hiervoor haalt hij uit films, reizen naar onherbergzame oorden en de vele nachtmerries waardoor hij geplaagd wordt.

Lees ook:

Laat een reactie achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Meld je aan op onze weekendnieuwsbrief
Krijg elk weekend een overzicht van het laatste horrornieuws!
Je kunt je elk moment afmelden