Film & TV | Games | Boeken & Comics

Kort verhaal: Hardcore Horror door Hanneke Boon

Martin trok aan het bord van zijn overhemd. Hij probeerde het bovenste knoopje los te maken maar zijn handen trilden te veel. Hij had het enorm benauwd en het voelde alsof hij zou gaan stikken. Hij trok nu zo hard aan zijn overhemd dat het knoopje los sprong. ‘Zo dat is beter’. Hij wreef over zijn keel en ging daarna met zijn handen door zijn haar. De stoel waar hij op zat kraakte. Hij boog voorover en staarde naar de vuilniszakken die midden in de woonkamer stonden. Zes stuks. Hij had niet verwacht dat het schoonmaken zo’n enorme klus zou zijn. Hij pakte een zakdoek uit zijn broekzak en veegde het zweet van zijn voorhoofd.

Waar moest hij die zakken nu laten? De vuilcontainers die voor de flat stonden waren altijd vol. Veel mensen kwakten hun vuil er gewoon naast. Maar in dit geval vond hij dat niet zo’n goed idee. Misschien kon hij het kwijt op de stortplaats? Hij keek op zijn horloge. Nee dus, die was allang dicht. Wachten tot morgen was ook geen optie, het zou snel gaan stinken. Hij dacht er nog even over na. Misschien moest hij de zakken eerst maar eens naar zijn auto brengen, dan zou hij daarna wel beslissen waar hij ze het best kon dumpen.

Martin stond op en pakte twee zakken. Loeizwaar waren ze. Hij sleepte ze naar het trappenhuis. Daar kwam hij zijn buurvrouw, Frida, tegen. Een gezellige, echte Amsterdamse van middelbare leeftijd. “Hey Martin, hoe gaat t ermee? Al een tijdje niet gezien. Jezus, die zakken zien er zwaar uit zeg, zal ik even helpe tillen?”. “Eh, hallo Frida, ja ik kan eigenlijk wel wat hulp gebruiken. Ik heb er nog vier op de hal staan”. “Serieus? Wat heb jij gedaan dan? Grote schoonmaak? Hahaha” ze lachte uitbundig. Martin glimlachte terug en drukte de knop van de lift in.

“Nou die containers zien er aardig vol uit, hè? Ik denk niet dat we dat hier nog kwijt kunnen” zei Frida. “Nee, dat dacht ik al, ze moeten naar mijn auto. Ik breng ze dan wel ergens anders heen”. Frida knikte en samen haalden ze de andere vier zakken op. “Nou Frida heel erg bedankt voor het sjouwen hoor”. “Ja, niets te danken hoor, jij helpt mij ook altijd met van alles”. Ze lachte vriendelijk. “Tis het trouwens rustig? Is je dat al opgevallen?”. “Nou. Nu je het zegt, het is inderdaad rustig. Vreemd”. “Zeker vreemd… Máár mij hoor je er niet over zeiken hoor. Was het maar elke dag zo…” Frida zwaaide naar Martin en verdween in het trappenhuis.

Oké, terug naar de vuilniszakken. De zes zakken die nu bij hem in de auto stonden. Wat ging hij daarmee doen? Hij besloot om eerst maar eens zijn auto te starten, hij zou onderweg wel kijken waar hij de troep kon dumpen. Langzaam reed hij de straat uit, op naar de snelweg. Zijn handen ontspanden zich achter het stuur, zijn schouders zakte naar beneden. Hij dacht na over de gebeurtenissen die zich hadden afgespeeld de afgelopen uren.

Hij had ternauwernood de werkdag overleefd. Zijn trouwe vriend Red Bull had hem nog niet in de steek gelaten. Op de terugweg reed hij bijna een oud vrouwtje met een rollator aan omdat hij zijn oogleden een paar seconden had laten rusten. Gelukkig waren zijn remschijven in orde en kon hij het mens nog net ontwijken. Daarna was hij klaar wakker. Zijn lijf zat vol met adrenaline. Hij was uitgestapt om te kijken of alles goed was met de vrouw. Dit was gelukkig zo maar hij kreeg de volle laag van omstanders. Hij was snel weer in zijn auto gestapt en naar huis geracet.

Thuis aangekomen was hij op de bank geploft. Hij spitste zijn oren en wachtte. Daar was het al… boem… boem… boem… en toen steeds sneller boem, boem, boem, boemerdeboem, BOEM, BOEM, BOEM. Martijn deed zijn vingers in zijn oren en voelde zijn hart sneller kloppen. Hij kreeg het benauwd. Dit tergende geluid wat hem nu al meer dan een jaar uit zijn ritme haalde en wat ervoor zorgde dat hij ’s avonds niet meer slapen kon. Hij werd er helemaal gek van. Martin stond op en ijsbeerde door de woonkamer. Op de maat van de beat die door de woonkamer muur heen dreunde. Slaan op de muren had hij wel eens gedaan maar dat hielp niet. Daar werd het alleen maar erger van. Hij was ook wel eens aan de deur geweest. Dat had hem een blauw oog en een bedreiging opgeleverd. Politie bellen? Ha! Dat zou zijn dood betekenen en aangezien hij nog wat langer dan vandaag wilde leven deed hij dat ook maar niet.

Ondertussen bleef het gebeuk doorgaan. Van ’s avonds laat tot ’s morgens vroeg, wanneer Martin naar zijn werk moest. Met stapels oordoppen en slaappillen probeerde hij het geweld tegen te gaan. Maar de ‘boem, boem, boem’ won altijd. Het hield hem wakker, het maakte hem gek. En nu had hij bijna iemand dood gereden. Er moest iets gebeuren. ‘Er moet wat gebeuren’ had hij tegen zichzelf gezegd.

Hij was opgestaan en naar de hal gelopen. Daar stond hij voor de deur van zijn buurman. Angstvallig had hij naar de bel gekeken. Hij strekte zijn arm uit. Zijn hand trilde. Toch lukte het hem om op de bel te drukken. Hij slikte, zijn keel was droog. Met een ruk ging de deur open. “O.. Jij bent het. Moet je?” vroeg de man in de deuropening. Martin wilde wat zeggen maar er kwam geen geluid uit zijn mond. De man in de deuropening keek hem vragend en tegelijk geïrriteerd aan. Toen draaide hij zich om. ‘Shit, m’n telefoon gaat. Ik weet niet wat je wilt maar kom binnen en sluit de deur ja’. De man liep de woonkamer in. Martin keek om zich heen. Het was doodstil op de hal. Geen kip te zien. Hij stapte naar binnen, sloot de deur en liep de woonkamer in. De buurman stond voor het raam met zijn mobiele telefoon tegen zijn oor aangedrukt. ‘Ja, ouwe ik kan je die shit wel leveren, heb ik toch al gezegd. Maar ik kan er nu niet over praten. Die noob van hiernaast is over de vloer’. Hij hing op en keek Martin aan. ‘Zo noob, wat moet je?’. ‘Ik eh…’ zei Martin. ‘Ja wat? Kom je hier weer om te zeiken over mijn muziek? Dat is het zeker he? Dat ie zachter moet ofzo? Nou ik heb je vorige keer al gezegd, ik maak zelf uit hoe hard dit ding staat en als jij er last van heb dan moet jij maar verhuizen’. Er verscheen een big smile op het gezicht van de man. Hij liep naar zijn stereo en zette het geluid voluit. Hij liep naar Martin toe en kwam heel dichtbij. ‘Wat ga je doen dan?’.

Met een plotselinge snelheid schoot Martins arm langs de nek van zijn buurman. De man zakte op zijn knieën en greep naar zijn keel. Bloed stroomde langs zijn handen naar zijn ellebogen op de vloer. Hij keek Martin met grote ogen aan. Martin stond aan de grond genageld met in zijn rechterhand zijn Victorinox keukenmes. Hij had het de hele tijd achter zich verborgen gehouden en zojuist gebruikt om de keel van zijn buurman door te snijden. Hij hief zijn arm omhoog. “Nee…” gorgelde de buurman. Het mes kwam in zijn rechterschouder terecht. De man schreeuwde het uit van de pijn. Martin hief zijn arm weer omhoog en ditmaal stak hij het mes in de linker schouder. Vervolgens stak hij het mes overal waar hij het steken kon. Wel vijftig keer, achter elkaar, steeds sneller en sneller, totdat hij bijna niet meer kon ademen.

Hij had zich omgedraaid en de snoeren van de stereo doorgesneden. Stilte. Het was sinds lange tijd eindelijk stil. Hij was op een stoel gaan zitten. Het drong niet echt tot hem door wat er was gebeurd. Hij staarde naar het lijk van zijn buurman, overal zat bloed. Op de vloer zat bloed, op de stoelen, de bank, de muur en de eettafel. “Wat een troep” hoorde Martin zichzelf zeggen. Dit moet ik maar eens gaan opruimen.

Hij begon het lijk in stukken te hakken. Het was nog een heel gedoe want buurman woog zeker 90 kilo. De lichaamsdelen stopte hij in vuilniszakken. Daarna mopte hij het bloed van de vloer met een dweil, gelukkig lag er laminaat. De muur en de meubels werden behandeld met Cif en een schuurspons. Zo goed als nieuw. Daarna was hij op een stoel gaan zitten om uit te rusten en had hij het zweet van zijn voorhoofd geveegd met een zakdoek.

Martin draaide zich om en keek naar de achterbank van zijn auto. ‘Ja, en nu lig je in stukjes op de achterbank van mijn auto he’. Hij keek weer voor zich en wist inmiddels een plek waar hij de zakken kon dumpen. Het Geiger bos lag een paar kilometer buiten de stad en was de perfecte plek. Het was er ’s avonds pikdonker. Niemand zou hem kunnen zien. Hij zou een diepe kuil graven en daar de zakken in dumpen. Daarna zou hij het gat weer dichtgooien en bedekken met bladeren. Hij zou rustig naar huis rijden, een wijntje inschenken, genieten van de rust en uiteindelijk in slaap vallen als een baby.

Twee weken later
De bel gaat. Martin doet open. Voor hem staat een jongeman met een doos onder zijn linker arm. ‘Hallo, ik ben Frank. De nieuwe buurman”. Hij steekt zijn hand uit en glimlacht. Martin geeft hem een hand en glimlacht terug. “Euh ik hoop niet dat ik u lastig val maar ik heb per ongeluk mijn deur in het slot laten vallen, terwijl mijn huissleutel nog binnen ligt. Ik heb helaas ook niet het nummer van de verhuurder zo snel bij me dus ik vroeg me af of u mij daarmee kunt helpen?”. Martin kijkt aandachtig naar de jongen ‘natuurlijk kan ik je daarmee helpen, kom binnen, dan bel ik even de verhuurder’. De jongen wil naar binnen stappen maar Martin draait zich om en houdt hem tegen. “Je bent toevallig toch geen fan van die akelige hardcore muziek he?” Martin kijkt de jongen nu doordringend aan. “Eh nee meneer, ik ben zeker geen fan van hardcore muziek”. “O… nee dan is het goed want anders had ik je moeten vermoorden”… Heel even is het stil. Dan begint Martin hard te lachen “hahaha, nee grapje joh, ik maak maar een grapje kom toch binnen”. De jongen lacht opgelucht en trekt de deur met een zwaai achter zich dicht.

Hanneke Boon is 27 jaar. Sinds klein af aan a gefascineerd door het onnatuurlijke zoals zombies, vampieren, geesten, weerwolven enzovoorts. Uiteraard volgt ze series als True Blood en Being Human. Verder houdt Hanneke van het werk van Tim Burton en is Halloween haar favoriete feestdag. Als kind schreef ze al korte verhalen en recent heeft dat weer opgepakt. Schrijfster worden is niet haar ambitie, maar Hanneke deelt graag haar korte verhaal met andere thriller-/horrorliefhebbers.

Meld je aan op onze weekendnieuwsbrief
Krijg elk weekend een overzicht van het laatste horrornieuws!
Je kunt je elk moment afmelden