Film & TV | Games | Boeken & Comics

Recensie: Mom and Dad (2017, Brian Taylor)

Filmscenario’s rekken de cinematografische grenzen steeds verder op. Mom and Dad lijkt een vuurtoren aan één van die grenzen te zijn. Het zijn slechts deze films, waar het absurdisme van Nicholas Cage een rijke voedingsbodem lijkt te vinden. De film vertelt het buitenissige verhaal van een familie in een Amerikaanse voorstad, waarvan de ouders zich opeens en masse tegen hun eigen kinderen keren.

Het lijkt ongeloofwaardig, maar het is werkelijk zo. Nog geen kwartier in de film, en ouders zijn op hun eigen kinderen aan het inslaan. Gedreven door frustraties als geld stelen en wangedrag, zien ze geen andere optie dan hun kinderen maar van kant te maken. Hoe dit precies zo ver is gekomen, wordt de kijker niet duidelijk. Laat staat dat er überhaupt een plot in de film wordt uitgeleefd. De film is een wilde treinreis van A naar Z, waarbij alle tussengelegen stations worden overgeslagen.

Het is ook alleen deze uithoek van de filmindustrie waar Nicholas Cage nog lijkt op te duiken. Doch, uithoek of niet, acteren kan hij nog steeds. Sterker nog, hij is nog nooit zo sterk op het scherm verschenen sinds Face/Off uit 1997. Als doorgedraaide en kwaadaardige vader wervelt zijn personage door de film. ‘Here’s Johnny!’, maar dan met een losgeknoopte das en een Sawsall (‘that means, it saws ALL’).

Toch is Cage het luttele kledinghaakje waar deze film zich aan moet ophangen. Het is een onvoorstelbare kakofonie van surrealistische proporties. In de anderhalf uur die de film beslaat, vliegen de chaotische scènes je om de oren. De (veelal duistere) humor doet je soms glimlachen, hooguit voor de moeite. Mom and Dad is een B-film die een boodschap lijkt uit te willen dragen, maar dit halverwege zelf vergeet. De film is een avondje grollen met je vrienden na drie bier teveel wel waard. Daarbuiten, echter, is ze verwaarloosbaar.