Recensie: Pacific Rim Uprising (Steven S. DeKnight, 2018)

Na tien jaar zonder enig spoor van Kaiju (gigantische door buitenaardse wezens ontworpen monsters) lijkt het leven op Aarde weer normaal. Als de Pan Pacific Defense Corps vanuit het niets aangevallen wordt door een intergalactische reuzelelijkerd staan Jake Pentecost (John Boyega) en een nieuwe groep jonge Jaeger-robotpiloten voor een raadsel. Het gat in de Stille Oceaanbodem waardoor de monsters op Aarde konden komen rondstampen is nog steeds dicht. Waar komt dit monster dan vandaan en belangrijker nog: volgen er meer?

Guillermo Del Toro’s ‘Pacific Rim’ uit 2013 beloofde een titanenstrijd die nog nooit eerder was vertoond. Vergeet ‘Cowboys vs. Aliens’, ‘Freddy vs Jason’ en Aliens vs Predator’, dit werd Monsters vs Robots! Door Del Toro’s visuele flair, goed gebalanceerde combinatie van serieuze scifi en popcornfilm en zijn oprechte interesse in zowel de robot- als de monsterkant van het verhaal werd de film meer dan de dagdroom van een 11-jarig jongetje en onderscheidde zich hiermee van Michael Bay’s Transformers-actiefilms. ‘Pacific Rim’ was vooral een vermakelijke film met sympathieke karakters, die precies deed wat het vooraf beloofde: robots die knokken met monsters, maar met een zekere stijl en intelligentie.

In ‘Pacific Rim Uprising’ maken we kennis met Jake Pentecort, gespeeld door John Boyega (doorgebroken als Finn, de tot inkeer gekomen Stormtrooper uit de laatste twee Star Wars-films). Jake is de zoon van Marshal Stacker Pentecost (Idris Elba) die in de vorige film zijn leven opofferde om de Breach in de zeebodem te dichten. Maar Jake is niet zijn vader. Dat weten we vooral, omdat het tot twee keer aan toe hardop wordt gezegd. Jake kiest liever voor zichzelf dan voor het groter goed. Totdat hij in contact komt met Amara (de debuterende Cailee Spaeny) een jonge hacker die haar hand er niet voor omdraait haar eigen Jaeger robot te bouwen. Samen blijken ze een zeer geschikt ‘drift’ duo: hun geesten zijn een ideale match om samen een reusachtige Jaeger robot te besturen.

Waar de originele ‘Pacific Rim’ meer gericht was op jonge mannen, lijkt er in ‘Pacific Rim Uprising’ bewust te zijn gekozen het Young Adult-publiek aan te spreken. Amara speelt een meisje van vijftien die getraind wordt met een hele groep jonge cadetten die ook allemaal rond die leeftijd zijn. Die scenes zijn volledig inwisselbaar met de ontgroeningscenes zoals we die kennen uit b.v. ‘Divergent’ of ‘Ender’s Game’. Veel karaktertekening krijgen deze jonge piloten niet. Het Russische meisje is bazig en kan er niet tegen als ze bij haar volledige naam genoemd wordt. Eén jongen wordt gedefinieerd, doordat we weten dat zijn vader plastisch chirurg is. Verder weten we niets van deze mensen. Hierdoor wordt het heel lastig voor de kijker om mee te leven als het gevaar uitbreekt. Het is goed dat de cast van deze film zeer divers is, maar als dat je enige poging is om de karakters van elkaar te laten verschillen werkt er eerder averechts dan dat het iets toevoegt.

Steven S. DeKnight, regisseur van dit vervolg, treedt in monstergrote voetsporen. DeKnight, bekend van televisieseries als Daredevil en Spartacus, levert hier zijn speelfilmdebuut af die volledig plaatsvindt in een wereld die al helemaal voor hem ontworpen is door zijn voorganger. De stijl, kleur en vormgeving van zowel de monsters als de robots, de wapens, de laboratoria, we hebben het allemaal al eens eerder gezien en in handen van een veel meer ervaren filmmaker. Is het een regisseur, met een tv-achtergrond, dan aan te rekenen dat hij weinig toe kan voegen aan deze reeds bekende arena? Slechts een handjevol shots en scenes doen echt iets nieuws of creatiefs met de gevechten tussen de robots en de monsters. Tijdens het eindgevecht haalt DeKnight een paar aardige trucjes uit, maar dat voelt op dat punt als ‘too little, too late’.

DeKnight heeft de keuze gemaakt om een aantal gevechten, waaronder dat eindgevecht in het volle daglicht plaats te laten vinden. Die keuze maakt dat deze scenes erg lijken op scenes uit de ‘Tranformers’ reeks, maar waar Del Toro met zijn oog voor stijl de originele ‘Pacific Rim’ de Bay films (B-Films?) deed overstijgen, lijkt DeKnight juist toenadering te zoeken tot zijn metalen broeders van Hasbro. Amara sleutelt een Jaeger in elkaar genaamd Scrapper en geloof mij, als je Scrapper en Bumblebee naast elkaar over de snelweg ziet rollen, zal je weinig verschil kunnen zien.

Technisch gezien valt er weinig aan te merken op de film. De vele CGI-effecten zijn op zich prima en de 3D is niet vernieuwend, maar ook zeker niet storend te noemen. Zoals veel elementen in de film is het ‘okay’, maar nergens vernieuwend. Het geluid, zeker in Dolby Atmos, is wel spectaculair te noemen. Ieder plasmakanonschot buldert door de zaal, maar overstemt niet de kleinere geluidseffecten.

‘Pacific Rim Uprising’ mist veel elementen uit het origineel. De verrassing van de arena is verdwenen, de keuze voor een grotendeels pubercast voegt weinig toe en de film is minder gelaagd van opzet. Gek genoeg zijn het in een film vol CGI-spektakel, de menselijke acteurs die de boel nog een beetje redden. John Boyega is een charismatische jongen die het onderste uit de kan haalt uit zijn ondergeschreven rol en Burn Gorman en Charlie Day als respectievelijk Dr. Hermann Gottlieb en Dr. Newton Geiszler herhalen hun rollen uit de vorige film en lijken het allebei vreselijk naar hun zin te hebben.

Waardering: 3 / 5 sterren      
‘Pacific Rim Uprising’ is verre van slecht en voor hen die vermakelijk spektakel zoeken, gepaard met een luide soundtrack is dit één van de eerste popcornfilms van het jaar en één van de beste Transformer-films. Voor mensen die hoopten op een verdieping van het door Guillermo Del Toro gecreëerde universum slaan deze film misschien beter over. Draait nu in de bioscoop.

Steun De Nachtvlinders door dit artikel te delen, of doneer €1 via Paypal of iDeal.

Laat een antwoord achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

1 reactie
  1. Rob zegt

    Ik heb deze film vanavond gezien en ik gaf hem 4 uit 5 sterren.
    Waarom? Gewoon omdat het al pauze was voor ik er erg in had en de 111 minuten die de film duurt voorbij vlogen. Ja, het is een popcorn film en ja behalve met Amara en Jake bouw je niet echt wat op met de personages.
    Maar weet je wat? Niet elke film hoeft een “mother!” te zijn waar je een week over na moet denken of je hem wel of niet goed vond. Deze film deed precies wat ik er van verwachte, namelijk mij bijna twee uur goed vermaken!

Laat een antwoord achter

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.