Recensie: Bumperkleef (Lodewijk Crijns, 2019)

Met de hele familie op bezoek bij (schoon)ouders en idiote verkeersgebruikers op de snelweg; twee dingen die al horror op zichzelf zijn. Regisseur Lodewijk Crijns creëert met deze ingrediënten de geslaagde Nederlandse horror-thriller Bumperkleef.
Bumperkleef poster

Hans neemt zijn gezin mee naar zijn ouders aan de andere kant van het land. Natuurlijk vertrekken ze al met vertraging en beginnen de kinderen direct te vechten op de achterbank. Als zijn moeder vervolgens almaar blijft bellen hoe laat ze er precies zijn, is het kookpunt van Hans nabij. Gelukkig zit het verkeer mee.. not! Hij reageert zich dan ook graag af op medeweggebruikers, waaronder Ed in het witte busje.

Bumberkleef bouwt de frustratie en spanning lekker op, vol met herkenbare scènes en creëert al snel een onbehagelijk realistisch gevoel. Jeroen Spitzenberger (als Hans) en Anniek Pheifer (als zijn vrouw Diana) zijn goed op elkaar ingespeeld, maar ook zeker Willem de Wolf (als Ed) zet zijn rol fantastisch neer.

Waar ook zeker even bij stilgestaan mag worden zijn de stunts uit de scènes op de snelweg. Het ziet er allemaal zeer indrukwekkend uit. In hoeverre dit daadwerkelijke stunts zijn en wat ervan in een studio is opgenomen, is niet te herkennen. Maar dát er stunts op de snelweg met 140 kilometer per uur zijn gefilmd verklapte de regisseur wel.

Waar ik eerder dacht dat het een te flauwe Nederlandse familiekomedie zou worden en dus weinig aandacht aan Bumperkleef gaf, raad ik hem nu aan als de film die je met Halloween in de bioscoop moet gaan kijken! Het is een heerlijke horrorthriller waarbij je tot het eind op het puntje van je stoel blijft zitten.

Waardering: 4 / 5 sterren      
Bumperkleef draait vanaf vandaag, 31 oktober, in de bioscoop

En wat vind jij?

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.