Recensie: Haunt (Scott Beck, Bryan Woods, 2019)

This is Halloween, this is Halloween.

Een groepje jongeren komt op Halloween terecht in een ‘extreme’ spookhuis en hebben daar een extreem snel uit de hand lopende nacht.

Het kan soms raar lopen met films met een eenvoudig en simpel uitgangspunt. Bovenstaande beschrijving omvat het hele spectrum van Haunt. Geen diepere lagen, geen ingewikkelde karakters, geen vergezochte back stories, enkel en alleen ‘hier en nu’ en alles moet zo snel mogelijk naar de klote. Soms voelt dat goedkoop en de meest eenvoudige manier om bioscoopbezoekers los te weken van hun geld, maar bij Haunt is het een keuze die eigenlijk heel goed uitpakt.

Eenmaal in het spookhuis worden de vroege twintigers geconfronteerd met voorspelbare en onvoorspelbare schrikeffecten, met geplande en geïmproviseerde horrors. Als de eerste slachtoffers vallen wordt duidelijk dat het hier om een kat-en-muis spel gaat, maar wie en waarom blijft tot lang na de aftiteling onbekend. De weinige uitleg maakt de horror mysterieuzer en onvoorspelbaar.

De focus van de film ligt op het bang maken van de kijker. Dat gebeurt door jump-scares, maar ook door welkome spannende suspense scenes afgewisseld met een paar extreem gore special effects. Er wordt iets met een klauwhamer gedaan waarvan ik niet weet of het kan, maar wel weet dat het er super bruut uitziet. Omdat er uit zoveel horrorpotjes geput wordt is de film, ondanks zijn eenvoudige uitgangspunt, een hele geslaagde versie van een spookhuis voor je ogen.

Haunt wint geen Oscar voor Beste Scenario, maar wel een bloederige pluim voor het neerzetten van een vermakelijke en spannende horrorachtbaan.

Waardering: 4 / 5 sterren      
Haunt draait vanaf vandaag, 17 oktober, in de Nederlandse bioscopen.

En wat vind jij?

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.