Verhaal: Bloedvlekken (Anthonie Holslag)

Hij rende nu het Vondelpark in. De bomen waren gedrochten en als hij zich omdraaide en naar de verre gestalte in de sneeuw keek, zag hij het bloedspoor hem volgen; liet hij donkere voetstappen achter in de sneeuw. Hij zag bloeddruppels waar hij bomen, takken en bladeren aanraakte. Zijn palmen waren besmeurd.

Hij hield op met rennen. De zuurstof brandde in zijn longen, hij had pijn in zijn zijde. Hij hield zijn handen op zijn knieën, probeerde zijn gedachten te ordenen en zag dat zijn spijkerbroek onmiddellijk doorweekt raakte, dat er rode vlekken ontstonden, daar waar hij zijn handen op de spijkerstof had gelegd.

Wat was er gebeurd? In zijn herinneringen zag hij dat de jongen tegen hem opbotste en tegelijkertijd met zijn geheven handen een verontschuldigend gebaar maakte. De jongen had blond haar, een rode muts op zijn hoofd en hij herinnerde zich nog hoe belachelijk die jongen eruit had gezien.

“Sorry,” had de jongen gezegd. Maar hij kon de woorden niet horen. Misschien was het de combinatie van Xanax en alcohol geweest, hoewel hij zich dat niet kon voorstellen. Hij had vaker kalmeringspillen geslikt. Nee, het was het verloop van die dag geweest, die kutdag, waarin hij ten eerste geld had verloren en zijn-bank-van-lening hem had laten weten dat hij slechts achtenveertig uur had om het geleende geld terug te betalen, alsof hij ergens 15.000 euro had liggen.

“Acht-en-veertig uur,” had de klerenkast met nadruk gezegd. Zijn-bank-van-lening was klein van stuk, maar handig met een honkbalknuppel. Hij had hem een keer eerder aan het werk gezien. “Acht… en… veertig… uur,” zei hij weer, met een klemtoon op iedere lettergreep, terwijl hij het uiteinde van de knuppel in zijn palm liet vallen. Ja, zijn-bank-van-lening was ongetwijfeld verantwoordelijk voor zijn humeur.

Maar het was meer dan dat geweest. Naast de Xanax had hij vijfhonderd euro van de blondine afgetroggeld en had daarmee gehoopt zijn verliezen te compenseren. Het geld had ze vrijwillig gegeven. “Je gaat me toch nog wel bellen?” had ze gevraagd. “Tuurlijk,” had hij geantwoord. Dit geld had hij niet gejat, zo hield hij zichzelf voor. Dit had ze gegeven. Maar het geluk, zoals de afgelopen maanden steeds vaker het geval was, had het laten afweten zodra hij achter de machines of kaarttafels stond, en dat frustreerde hem nog meer, op een manier die hij niet kon beschrijven. Alsof hij het kwijt was. Alsof hij het had verloren. Iets waarvan hij niet wist, dat hij het ooit had gehad. Geluk. Een goudklompje. Een onzichtbaar talent waardoor de klavertjes allemaal naast elkaar op de gokmachine rolden of waardoor hij bij de roulette tafel won. En dat maakte het bitter. Ontzettend bitter. Zo bitter dat hij in de loop van de dag op de Xanax bleef kauwen en het met water en alcohol bleef wegspoelen, zodat hij even heel even van dat rot gevoel was verlost.

Met de laatste vijftig euro had hij nog ergens alcohol, wiet en voedsel gescoord, en was hij weer gaan zoeken, naar een nieuwe blondine. Dit keer een zonder kuiltjes in haar wangen, maar hopelijk net zo goedgelovig. Hij had zin. Dat besefte hij wel door het waas van alcohol en chemicaliën heen. Had hij ergens halverwege ook niet een andere pil geslikt die hij van een brunette had gekregen? Hij dacht het wel, maar wist het niet meer zeker. Hij had zin om te ketsen, zoals hij dat zelf noemde, om even verenigd met iemand te zijn.

Weg van de rotzooi, weg van de problemen die zich opstapelden, weg van de persoonlijke bank-van-lening met zijn honkbalknuppel. Hij wilde slechts het bloed in zijn oren horen suizen, bloed pulserend door zijn aderen en een schreeuw stokkend in zijn borst terwijl hij iemand volspoot.

Dat wilde hij. En toen liep hij tegen die smurf met die rode muts op.

“Sorry…” Een glimlach. Hij kon niet meer glimlachen. Hij voelde het bloed door zijn hoofd suizen. Maar dit kwam niet door geilheid, maar door frustratie. En hoewel de jongen hem amper had aangeraakt, werd hij boos. Vurig.

“Hoe bedoel je, sorry?” had hij gegromd, en de jongen had een stap naar achteren gedaan, zijn handen nog steeds in de lucht geheven. “Kun je niet uit je doppen kijken? Heeft je moeder je dat niet geleerd?”

Hij dacht aan die klerenkast, aan blonde meisjes met kuiltjes in hun wangen, aan rozig schaamhaar dat in het ochtendlicht oranje leek.

Daar op het plein wilde hij haar opnieuw proeven, maar duwde daarvoor in de plaats de jongen tegen de grond.

De jongen gleed uit. Zijn handen graaiden in de lucht. Zijn benen probeerden vastigheid te vinden. Hij viel achterover op de grond. Voor de rest was er eigenlijk weinig gebeurd, voor zover hij zich kon herinneren. De jongen had naar boven gestaard en achter de hoofd van de jongen doemde een rode waaier van bloed op. Dat was het. Tenminste, dat dacht hij. Hij herinnerde zich vaag dat hij zich over de jongen had gebogen en dat hij zijn zakken had doorzocht. Maar van dat laatste was hij niet zeker, want het enige dat hij zag, echt zag – het leek echter dan alle andere dingen van die dag bij elkaar – was het donkerrode bloed.

Nu stond hij voorover gebogen in het Vondelpark en staarde naar zijn handen en zag dat ze geheel met bloed waren besmeurd. Hoe kwam dat? De jongen had geen bloed op zijn jas en broek gehad. Tenminste, voor zover hij zich herinnerde. Toch waren zijn handen, zo zag hij met afgrijzen, vochtig alsof hij ze in een plas met bloed had gehouden.

Achter hem hoorde hij iemand bewegen, hij hoorde een hond. Hij draaide zich om en zag dat een koppel naar de jongen op de grond was gesneld. Hij moest verder rennen. Hij rechtte zijn rug, probeerde de pijn te negeren en zette het weer op een lopen, en rende onder het viaduct van het Vondelpark door. Hij moest zijn handen schoonmaken, bedacht hij zich. En terwijl hij rende, en het bloed tussen zijn tenen omhoog voelde borrelden – hoe kwam dat daar? Hoe kreeg hij bloed in zijn schoenen? – wist hij precies waar hij naartoe moest. Hij rende het Vondelpark in, richting Vertigo.

Lees verder op pagina 3 van 6

een bloedovergoten dageraadOndoden. Spinnen. Een bungalow in de mist, bloedsporen die niet kunnen verdwijnen, meisjes in rode jassen en een dageraad, een bloedovergoten dageraad waar een zoon naar zijn moeder zoekt… En waar niets meer hetzelfde zal zijn…
Een Bloedovergoten Dageraad is de nieuwe verhalenbundel van Anthonie Holslag en is nu te verkrijgen. Dit is een verhaal uit die bundel.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Comments
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Wat vind jij hiervan? Laat het weten in de reacties!x