Verhaal: Bloedvlekken (Anthonie Holslag)

Vertigo was een van de bars waar hij vaker kwam, vooral als ze een Seventies of Eighties Night hielden, waardoor vrouwen dachten, door verkleed te gaan, dat ze zich sexier en wulpser konden kleden dan ze normaal zouden doen. Het werkte altijd. Hij ging incognito, altijd in dezelfde witte colbert en pose van John Travolta. En zij zouden om hem heen dartelen. Het voordeel van Vertigo was dat de wc geheel gescheiden was van de bar. Als je bij binnenkomst rechtsaf in plaats van linksaf ging, kwam je onmiddellijk op de wc uit. Vluchtig keek hij op zijn horloge, zijn pols was ook al besmeurd, en zag dat het al over elven was. Met een beetje geluk was de wc-juffrouw ook al verdwenen en in dat geval zou niemand hem zien. Geen getuigen. Geen camera’s en een plek waar hij zijn handen kon wassen.

Hij rende langs het statige witte gebouw en realiseerde zich vaag hoe stil het vanavond in het park was. Daarna liep hij zo nonchalant mogelijk, nog steeds buiten adem, naar de deur van de bar, waarbij hij bijna viel over de stenen treden die naar de deur leidden. Hij trok zijn jas recht, negeerde de rode strepen die hij op zijn jas achterliet, en liep zo zelfverzekerd mogelijk naar binnen. Hij had geluk, het was stil. Links van hem hoorde hij muziek en zag hij lichten onder de zware zwarte gordijnen bewegen die de bar van de wc scheidden en liep meteen rechtsaf de wc in. Er was niemand. Geen wc-juffrouw. Wel een bordje met de woorden: “De wc kost 50 cent.

Hij kwam binnen en bekeek zichzelf in de spiegel. Zijn haren waren verward. Hij had een wilde blik in zijn ogen, maar voor de rest, zo vond hij zelf tenminste, zag hij er goed uit. Rechts van hem hoorde hij iemand in een van de hokjes bewegen. Snel keek hij naar zijn handen en zag dat ze inderdaad nog steeds rood waren. Hij herinnerde zich plotseling ook iets anders. Iets dat hij verdrongen had. Toen hij zich over de jongen had gebogen, zijn zakken had doorzocht, had de jongen gekreund. De jongen had duizend euro in zijn portemonnee gehad. Duizend euro! Met een beetje geluk kon hij dat bedrag verdubbelen.

De jongen rolde met zijn ogen en keek zijn belager geschrokken aan, zich niet bewust van het bloed dat als een waaier achter zijn hoofd over de sneeuw verspreidde. Hij was zich er niet van bewust dat zijn gezicht wit en bleek was. Hij voelde paniek in zich opwellen en boog nog dieper over de jongen heen. Wat er verder gebeurde, was in een waas gehuld. Hij bleef naar het bloed staren terwijl hij het hoofd van de jongen met beide handen vastpakte en het op het trottoir beukte. Bij de derde keer, de jongen gilde, hoorde hij gekraak. Er was nu nog meer bloed, het spoot nu letterlijk in dikke stralen, maar ook iets anders, stukjes schedel en hersenweefsel die met het bloed in kleine riviertjes naar buiten stroomden.

Hij stond voor de spiegel in het toilet en keek weer naar zijn handen. Ze waren rood. Het bloed onder zijn nagels opgedroogd en zwart. Snel deed hij de kraan aan. Zorgde ervoor dat het water stoomde en maakte vervolgens met zeep zijn handen schoon. De man in het hokje naast hem begon wc-papier af te rollen en stond op, zijn jas schuurde tegen de deur.

Hij begon te schrobben. Het bloed onder zijn nagels weg te peuteren. Boende totdat zijn handen rauw waren. Vervolgens keek hij weer naar zijn gezicht. Waarom had hij dat niet eerder gezien? Hij had bloed op zijn rechterwang, en veegde het snel weg. Vervolgens keek hij naar zijn kleren. Bloedafdrukken op zijn jas en broek. Zijn schoenen waren met sneeuw en bloed doorweekt. Op dat moment ging het hokje open en deed hij alsof hij rustig zijn handen waste. Het lukte zelfs om te fluiten en zichzelf nonchalant in de spiegel te bekijken. Alsof er niets aan de hand was.

De man kwam naast hem staan. Hij rook een mengeling van uitwerpselen en alcohol. De man kon amper lopen.

‘Leuk feestje hè,’ zei hij tegen de man, terwijl hij hem via de spiegel bekeek. De man verloor bijna zijn evenwicht en deed de kraan aan.

‘Ontzettend,’ zei hij met een opgezwollen tong.

Hij moest lachen. Misschien had hij toch nog een beetje geluk. Deze man was te dronken om hem later te herkennen, laat staan dat hij bloed op zijn jas, broek en schoenen zag.

‘Ik hou van Seventies-feestjes,’ zei de man. Even leek het erop dat hij moest braken, maar hij wist zich in te houden. ‘De vrouwen zijn altijd schaars gekleed.’

Daar had de man gelijk in en diep van binnen moest hij lachen. Hij keek weer naar beneden, naar zijn handen die hij nog steeds onder de kraan hield, en voelde hoe zijn hart een slag oversloeg, hoe alles – de man, de wc-hokjes, de witte muren – draaide en hij alleen de gootsteen kon zien. Zijn handen waren weer rood. Maar niet door het water. Ze waren rood door het bloed. De hele gootsteen was rood van het bloed. De waterstroom viel op zijn handen, maar zodra het water zijn handen raakte, werd het bloedrood.

De man naast hem zag het. Hij had nog steeds moeite zijn evenwicht te bewaren. Maar hij stond als bevroren aan de grond. Even haalde hij de handen uit de stroom en hield ze voor zich. Hij begreep niet wat hij zag. Rood bloed onder zijn nagels. Rode bloeddruppels op zijn huid, alsof zijn poriën bloedden. Alsof het bloed direct uit zijn lichaam kwam.

Op dat moment zag hij zichzelf opnieuw in de spiegel. Zag hij druppels bloed op zijn voorhoofd en wangen. Een donkerrode rand van bloed bij zijn haarlijn.

‘Hey buddy,’ zei de man naast hem. ‘Is alles goed?’

Hij keek de man geschrokken aan. Daarna zag hij de bloedvlekken op zijn broek groter worden. Zag hij geen sneeuw meer op zijn schoenen, maar hoe met iedere stap het bloed naar buiten sopte. Zijn schoenen waren doordrenkt.

Wat was er aan de hand? Wat was er in vredesnaam aan de hand? De man bij de gootsteen keek hem slechts vragend aan. Zag hij het dan niet? Zag hij dan niet dat er bloed uit zijn lichaam gutste?

‘Je zweet een beetje,’ zei de man droogjes. En opnieuw bekeek hij zichzelf in de spiegel. De bloeddruppels en de zwarte bloedrand bij zijn haarlijn waren een ogenblik weg. Toen waren ze er weer als een bloederig masker. De druppels begonnen vlekken te vormen. Zijn hele gezicht was bijna rood.

‘Zie je niets aan me?’ vroeg hij.

Lees verder op pagina 4 van 6

een bloedovergoten dageraadOndoden. Spinnen. Een bungalow in de mist, bloedsporen die niet kunnen verdwijnen, meisjes in rode jassen en een dageraad, een bloedovergoten dageraad waar een zoon naar zijn moeder zoekt… En waar niets meer hetzelfde zal zijn…
Een Bloedovergoten Dageraad is de nieuwe verhalenbundel van Anthonie Holslag en is nu te verkrijgen. Dit is een verhaal uit die bundel.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Comments
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Wat vind jij hiervan? Laat het weten in de reacties!x