Verhaal: Bloedvlekken (Anthonie Holslag)

Hij herinnerde zich hoe die jongen, op het laatste moment, nog omhoog had gekeken. Zijn bruine ogen onder die muts. Angstig en smekend, vlak voordat hij zijn hoofd voor de laatste keer tegen de straatstenen knalde. “Alstublieft,” had hij gefluisterd. Alst-u-blieft. En toen had hij met zijn volle gewicht de hoofd naar beneden geslagen en had hij het vreemde gekraak gehoord. Het leek wel een eierschaal, zo herinnerde hij zich nog. Een eierschaal, maar tegelijkertijd ook weer niet. Meer een dunne laag kraakbeen met daaronder een ballon van bloed.

Hij had nooit geweten dat iemand zoveel kon bloeden. Hij had nog nooit in zijn leven zoveel bloed gezien. En dit was niet het lichtrode bloed dat bij oppervlakkige wonden naar buiten kwam. Nee, dit was het donkerrode bloed. Het bloed dat diep in de aderen pompte, dat veelal voor het blote oog verscholen bleef.

Hij sprong naar achteren. Hij moest bijna kotsen. Het bloed spoot op het ritme van een vertraagde hartslag naar buiten; vormde riviertjes in de vertrapte sneeuw.

“Alstublieft,” leken de lippen nog steeds te zeggen. De jongen had zijn hoofd naar achteren geworpen en toonde als een lam op de slachtbank zijn keel.

Hij leefde niet meer. De handschoen van de jongen stak als een klauw verstijfd omhoog. De jas van de jongen was aan de bovenkant met bloed doorweekt.

Hij duwde zichzelf op zijn kont naar achteren en stond vervolgens op.

Toen was het begonnen.

Toen liet hij de strepen achter zich.

Hij werd wakker. Hij herkende vaag dat hij aan een trapleuning hing, maar wist niet waar of hoe. Hij probeerde iets te zeggen. Dat hij het niet meende. Dat hij alleen het geld nodig had. Maar er kwam niets uit zijn mond. Even dacht hij de blondine met de kuiltjes in haar wangen bovenaan de trap te zien. Even leek ze naar hem toe te komen. ‘Mijn God,’ hoorde hij haar zeggen. Maar ze was niet echt. Hij wist dat ze niet echt was. Alles aan het uiteinde van die donkere tunnel draaide en wankelde en was uitgerekt. Het was een droom, een illusie. Een door de Xanax opgewekte droom. Hij voelde twee armen hem naar boven dragen. Zijn voeten schraapten over de treden heen. Hij mompelde iets. ‘La me los…’ Toen was het meisje verdwenen. Toen zag hij het gezicht van de jongen met de muts die op hem neer staarde. Harteloos, gevoelloos met een glazige blik. Hij probeerde iets te zeggen. Alst-u-blieft. Hij probeerde te glimlachen, zijn mond gevuld met bloed, dat stroperig vanaf zijn kin op de grond droop.

‘Je hebt me gedood,’ zei hij. Hij hoorde een echo van de woorden: …dood… dood… ‘Je hebt me achtergelaten.’ gelaten… laten… ‘Je hebt me laten liggen.’ liggen… liggen… ‘Alsof ik niets was.’ was… was…

De jongen zei nog meer. Iets over een vrouw en een kind. Dat hij het geld naar hun toe wilde brengen. Maar hij kon het niet volgen. Het beeld van de jongen wisselde zich met het meisje af. Dan zag hij haar weer en dan weer hem en dan weer haar. Er stroomde bloed langs zijn voorhoofd. ‘Waarom?’ Waar… om… om… ‘Waar is je sleutel?’ sleutel… sleutel… ‘Godverdomme, je bent stoned.’

Toen was er niets meer. Hij lag languit op de gang en zag hoe het bloed inmiddels door zijn jas en sjaal stroomde. Met iedere hartslag pompten plassen bloed naar buiten en werden ze tegelijkertijd door de jas geabsorbeerd. Hij bleef er gefascineerd naar staren. Het was alsof hij op een indirecte wijze zijn hartslag zag.

Lees verder op pagina 6 van 6

een bloedovergoten dageraadOndoden. Spinnen. Een bungalow in de mist, bloedsporen die niet kunnen verdwijnen, meisjes in rode jassen en een dageraad, een bloedovergoten dageraad waar een zoon naar zijn moeder zoekt… En waar niets meer hetzelfde zal zijn…
Een Bloedovergoten Dageraad is de nieuwe verhalenbundel van Anthonie Holslag en is nu te verkrijgen. Dit is een verhaal uit die bundel.

Abonneer
Laat het weten als er
guest
0 Comments
Inline feedbacks
Bekijk alle reacties
0
Wat vind jij hiervan? Laat het weten in de reacties!x