Verhaal: In de mist (Anthonie Holslag)

‘Sorry,’ zei hij, terwijl hij met blazen de wonden probeerde te verzachten. ‘Als het zo doorgaat, moeten we toch echt naar een dokter toe.’ Had hij dit niet eerder gezegd? Ze knikte, terwijl ze zijn pols vasthield. ‘Ik ben bang dat het gaat ontsteken. Dat het erger wordt.’ Ze slikte een brok pijn weg en hield hem steviger vast.

‘Er klopt iets niet, David,’ zei ze. En weer was haar stem verstomd. Weer leek het alsof ze onder water sprak. ‘Ik heb het gevoel dat er iets niet klopt.’ Haar grip werd steviger en ze keek hem aan. ‘Ik ben bang.’

Buiten drukte de mist op de ramen; zag hij grijze en witte wolken in elkaar wentelen, regenwolken, donderwolken, witte wolken en even had hij het gevoel dat donkere gedaantes zich achter de wolken bewogen, dat zich iets in de wolken verschool.

‘Hoe lang zijn we hier al, David?’ vroeg Margareth. ‘Ik bedoel, hoe lang zijn we hier echt? Ik denk dat ik alle gevoel van tijd kwijt ben.’

Hij moest aan de auto denken. Aan het gekuch op de achterbank. En even zag hij weer een spiegel voor zich met bloeddruppels, en daarachter zijn eigen gezicht.

Ook hij was de tijd langzaam aan het kwijtraken; hij loste net zoals de mist op.

‘Een paar weken,’ zei hij, hoewel hij wist dat dit niet klopte. Het voelde langer. Veel langer. Hij had het gevoel dat hun vakantie allang ten einde was. ‘Ik zal straks op de kalender kijken.’ Maar zodra hij dit zei, voelde hij de paniek achter zijn slapen weer opwellen, en wist hij dat hij het niet zou doen.

Mist had de neiging om alles te doen vergeten, om alle indrukken te verhullen, zodat alles, letterlijk alles – gedachten, gevoelens, herinneringen – werd verbleekt.

‘David, zou je me kunnen vasthouden?’ vroeg ze, toen hij de laatste wond, nu onder haar knie bij haar scheenbeen, had ingesmeerd. Hij kreeg het gevoel dat ze iedere keer steeds meer wonden begon te krijgen en weer had hij het verdraaide gevoel van herkenning; dat constante gevoel van déjà vu.

‘Tuurlijk,’ zei hij. ‘Tuurlijk.’ Hij draaide het potje dicht en zette het terug op het nachtkastje en draaide zich om. Ze lagen zoals ze altijd lagen, zoals ze de allereerste nacht het liefst met elkaar lagen. Haar rug naar hem toegekeerd, zijn arm om haar middel, die zij met haar knokige hand stevig vasthield. Hij hield van deze positie. Hij kon dan haar haren ruiken en toen ze elkaar net hadden leren kennen, zo herinnerde hij zich, en hij verliefd op haar was geworden, had hij zich tientallen malen afgevraagd, wat ze allemaal dacht; wat daar allemaal in het achterhoofd, waar hij tegen aanstaarde, rondtolde. Zag ze ook een toekomst voor hen? Zo ja, hoe zag zij die? Hoe stelde zij zich de toekomst voor? Allemaal jeugdige onzekerheid, zo wist hij nu. Nu deed hij dat niet meer. Zulke gedachten verstomden met de tijd, als de mysteries van een persoon die je net leerde kennen, na verloop één voor één begonnen te verdwijnen. Maar wat hij nog wel deed, was haar haren opsnuiven, haar geur meenemen, vlak voordat hij zijn ogen sloot. Ook nu weer. Maar iets was anders. Haar haren leken doffer, minder glanzend, en misschien begon hij het zich in de schemering van de mist te verbeelden, maar hij begon hier en daar kale plekken te zien.

Ze werden oud, dacht hij, terwijl hij over haar schouder naar het raam staarde. De mist kolkte nog steeds in alle heftigheid tegen het glas. Misschien maakten het ouderschap en de verantwoordelijkheden hen oud. Misschien was het gewoon het leven. Hij kon zich echter niet herinneren wanneer ze voor het laatst de liefde hadden bedreven en vreemd genoeg deerde hem dat niet meer. Nu was vasthouden meer dan genoeg.

Hij sloot zijn ogen. Opende ze weer en sloot ze. Zijn oogleden werden zwaar. Ergens diep van binnen wist hij dat hij niet in slaap moest vallen. Dat ze nog niet hadden ontbeten. Maar nog meer dan dat, nog dwingender dan dat, dat er een gevaar in het slapen school. “Niet slapen,” hoorde hij zichzelf in de verte schreeuwen. “Als we slapen, worden we misschien niet wakker.” Dat had hij een keer gezegd, maar wist niet meer waar of wanneer. Hij voelde zichzelf in haar omhelzing en het bed wegzinken. Voelde hoe hij langzaam verdween in de deinende golven van de mist.

‘Ik ben bij je,’ hoorde hij Margareth zeggen. Even opende hij zijn ogen en zag een gezicht voor het raam. Slechts een seconde. Een illusie. Een kolking in de wolken. Een angstig gezicht, een schreeuwend gezicht, een wit gelaat met opengesperde ogen, dat met zijn vuisten op de ramen bonkten. Toen was het weer weg en was het in de mist opgegaan.

‘Ik ben ook bij jou,’ zei hij slaperig. ‘Ik ben ook bij jou…’

Hij schrok wakker, hoewel hij niet goed wist wat hem deed ontwaken. Op de grens tussen dromen en slapen hoorde hij een knal. Een tak. Of slechts een kiezel, opgepikt door de wind, en knallend tegen het raam. Margareth lag nog steeds op haar zij en hij hoorde haar zachtjes snurken. Haar huid, of misschien was het zijn verbeelding, voelde week en vochtig.

Hij kroop uit bed, zo voorzichtig mogelijk om haar niet wakker te maken en keek even naar de duisternis. Het was later geworden. Veel later. Zijn ledematen tintelden. Hij liep op zijn tenen naar de keuken waar het ontbijt nog steeds onaangeroerd op het aanrecht stond. Hij deed het licht aan. Voelde aan de eieren, voelde hoe hard en koud ze waren en gooide alles in de prullenbak. Hoe laat was het? De klok boven de eettafel vertelde hem dat het zes uur was. Zes uur. Hij had meer dan acht uur geslapen! Hij sloop naar de slaapkamer van zijn kinderen en zag dat deze nog steeds in dezelfde houding op bed lagen. Even zinde hem dat niet. Even had hij weer dat verdraaide gevoel van déjà vu, die aanval van branderige paniek bonkend achter zijn slapen. Maar zijn verzorgende kant vertelde hem, dat hij ze moest laten liggen, dat alles goed zou komen, dat het zo hoorde, dus deed hij de slaapkamerdeur dicht. Ze waren waarschijnlijk moe. Ook al wist hij niet waarvan. Hoe hard hij het ook probeerde, hij kon zich de dag hiervoor niet herinneren. Misschien hadden ze de hele dag gespeeld en geravot. Misschien waren ze, terwijl Margareth en hij sliepen, wakker geweest. Maar deze redenering klopte niet, dat wist hij, maar begreep niet waarom. Hij zou ze wel wakker maken als hij het avondeten had klaargemaakt.

Hij liep naar de badkamer, spatte koud water in zijn gezicht en bekeek zichzelf voor een seconde in de spiegel. Even schrok hij. Zag hij bloeddruppels? Bloeddruppels? Hij was bleek. Oud. Het leek wel alsof zijn gezicht een grauwe kleur begon te krijgen. Bij zijn schouder zag hij een zelfde soort wond die hij bij Margareth ook op haar dijbenen had gezien. Plotseling herinnerde hij zich een man op de televisie die op een brancard had gelegen. Dit was net toen het nieuws over de “nieuwe griep” was losgebarsten. “Ik kijk door alles heen!” had de man geschreeuwd. “Alles is doorzichtig. Jullie zijn allemaal naakt! Ik zie jullie botten, jullie geraamten. Ik zie wat jullie werkelijk zijn.” Hij sprenkelde nog meer koud water in zijn gezicht, deed het licht uit, liep naar de keuken en bleef daar bibberend en schokkend staan.

Hij rilde. Zijn handen bibberden. Wat is er toch met me, vroeg hij zich af. Zelfs in de duisternis, zag hij buiten niets anders dan dikke mist.

Lees verder op pagina 6 van 6

een bloedovergoten dageraadOndoden. Spinnen. Een bungalow in de mist, bloedsporen die niet kunnen verdwijnen, meisjes in rode jassen en een dageraad, een bloedovergoten dageraad waar een zoon naar zijn moeder zoekt… En waar niets meer hetzelfde zal zijn…
Een Bloedovergoten Dageraad is de nieuwe verhalenbundel van Anthonie Holslag en is hier te verkrijgen. Dit is een verhaal uit die bundel.

Anthonie Holslag

Anthonie Holslag: is een schrijver van de boeken van o.a. Zwarte Muren, Een Bloedovergoten Dageraad, In het Kille Ochtendlicht, L.O.O.P en Toevluchtsoord. Boeken die positief gerecenseerd zijn en gekenmerkt worden door hun subtiele horror en gelaagdheid. Recensies, info, andere publicaties en blogs zijn te vinden op: anthonieholslag.com. Website: https://www.anthonieholslag.com

3 gedachten over “Verhaal: In de mist (Anthonie Holslag)”

  1. Sterk verhaal. Ben benieuwd naar de bundel, leuk cadeau voor de aankomende feestdagen.
    Oh en op pagina 5 klopt de verwijzing naar de volgende pagina niet 😉

    Beantwoorden

Plaats een reactie

//